Bedrag
De vergoedingen in het kader van het brugpensioen bestaat uit twee delen. Het ene deel bestaat uit de werkloosheidsuitkering en het andere deel uit de aanvullende vergoeding brugpensioen.
De werkloosheidsuitkering
De werkloosheidsvergoeding die aan de bruggepensioneerde toegekend wordt bedraagt 60 % van de laatste bruto bezoldiging. Het bedrag van de vergoeding is geplafonneerd op 1921,71 EUR (op 1/1/2009). Het hoogste maximumbedrag aan werkloosheidsuitkering, toegekend in het kader van het brugpensioen, is 1153,10 EUR per maand.
De aanvullende vergoeding brugpensioen
De CAO 17
voorziet dat het minimumbedrag van de aanvullende vergoeding brugpensioen gelijk is aan de helft van het verschil tussen het netto referteloon en de werkloosheidsvergoeding. Het netto referteloon stemt overeen met het bruto referteloon (in principe van de laatst gepresteerde maand) verminderd met de persoonlijke bijdragen aan de sociale zekerheid en de bedrijfsvoorheffing. Het brutoloon dat in rekening wordt gebracht is geplafonneerd op 3.476,03 EUR (bedrag op 01/01/2009).
Sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten of collectieve arbeidsovereenkomsten op bedrijfsniveau, kunnen voorzien in hogere aanvullende vergoedingen.
Over het algemeen ontvangt de bruggepensioneerde iedere maand het bedrag van de aanvullende vergoeding tot aan de pensioengerechtigde leeftijd (65 jaar). De schuldenaar van de aanvullende vergoeding brugpensioen is in principe de vroegere werkgever al is het mogelijk dat deze verplichting wordt overgenomen door een sectoraal fonds. Het is eveneens mogelijk dat het totale bedrag van de aanvullende vergoeding in één enkele keer wordt uitbetaald.
Inhoudingen op het bedrag van het brugpensioen
Op het totale bedrag van het brugpensioen zijn verscheidene persoonlijke inhoudingen of patronale bijdragen verschuldigd en/of berekend. Dat totale bedrag staat gelijk met de aanvullende vergoeding en de werkloosheidsvergoeding.
Er worden twee verschillende inhoudingen uitgevoerd :
- De schuldenaar van de aanvullende vergoeding berekent een inhouding van 3,5% op het totale bedrag. Hij trekt dit bedrag af van de aanvullende vergoeding brugpensioen. Deze inhouding wordt uitbetaald aan de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP).
- Het organisme dat de werkloosheidsuitkering uitbetaalt berekent 3% van het totale bedrag brugpensioen. Het trekt dit bedrag af van de het totale brugpensioen. Deze inhouding is bestemd voor de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA).
Geen van deze inhoudingen kunnen tot gevolg hebben dat het brugpensioen lager ligt dan 1505,13 EUR voor een persoon met gezinslast (op 1/1/2009) en 1249,57 EUR voor een alleenstaande (1/1/2009).
De aanvullende vergoeding brugpensioen is eveneens onderworpen aan de reglementering inzake bedrijfsvoorheffing. Men is vrijgesteld van betaling van de bedrijfsvoorheffing als de vergoeding het maximale bedrag aan werkloosheidsuitkering niet overschrijdt. Als dit bedrag overschreden wordt, wordt de bedrijfsvoorheffing berekend op het totaal van de vergoedingen in het kader van het brugpensioen en volgt ze de berekeningsschalen van 'pensioenen en renten'.
Bijdragen op het bedrag van het brugpensioen
De schuldenaar van de aanvullende vergoeding dient bepaalde bijdragen te betalen. De brugpensioenuitkering is eveneens onderworpen aan de regeling inzake patronale bijdragen. De bijdragen zijn van tweeërlei aard :
- Ten laste van de schuldenaar wordt een bijzondere maandelijkse aanvullende bijdrage gestort op de rekening van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). Dit bedrag varieert al naargelang de toestand in de onderneming of de situatie van de bruggepensioneerde :
- 24,80 EUR ;
- 18,59 EUR voor de periode tijdens dewelke de onderneming erkend is als onderneming in herstructurering;
- 6,20 EUR voor de periode tijdens dewelke de onderneming erkend is als onderneming in moeilijkheden ;
- 0 EUR als de bruggepensioneerde onderworpen is aan CAO 17
. - Er wordt een maandelijkse hoofdelijke bijdrage gestort ten laste van de schuldenaar van de aanvullende bijdrage aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). De hoogte van het bedrag varieert al naargelang de toestand van de onderneming of de situatie van de bruggepensioneerde.
Het maandelijkse bedrag van deze bijdrage beloopt 24,79 euro per maand indien het brugpensioen ingaat vanaf ten minste 60 jaar.
Het bedrag wordt verhoogt tot 49,58 euro per maand als het brugpensioen ingaat in het kader van één van de afwijkende stelsels. Het bedrag blijft evenwel op 24,79 euro voor de werknemers die op het ogenblik van het ingaan van het brugpensioen een brutoloon hebben dat niet hoger ligt dan 1921,71 euro (bedrag sinds 1 januari 2009).
Tijdens de periode erkend als onderneming in moeilijkheden is de bijdrage niet verschuldigd. Tijdens de periode van één jaar die volgt op deze periode bedraagt de bijdrage 24,79 euro. Daarna beloopt de bijdrage 74,37 euro indien de leeftijd waarop het brugpensioen inging ten minste 52 jaar bedroeg of 111,55 euro indien het brugpensioen vroeger inging.
De bijdrage is niet verschuldigd voor een aantal erkende en gesubsidieerde instellingen en diensten die zonder winstoogmerk werken. Het gaat onder andere om ziekenhuizen, rustoorden, thuisverpleging- en verzorging, enzoverder.
Daarnaast kan een bijzondere compenserende bijdrage verschuldigd zijn aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ). Het gaat om brugpensioenen volgens het afwijkende stelsel voor zware beroepen waarbij het brugpensioen wordt toegekend op basis van tewerkstelling in de bouwsector of van tewerkstelling in een systeem van nachtarbeid (zie eerste alinea onder 'zware beroepen'). Deze bijzondere compenserende bijdrage beloopt 50% van de aanvullende vergoeding voorzien in de CAO. De bijdrage wordt verlaagd tot 33% indien de bruggepensioneerde werd vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze.
Bevoegde instanties
Wetgeving
CAO 17 - Collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 van 19 december 1974 - tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen
CAO 17 - Collectieve arbeidsovereenkomst nr 17 van 19 december 1974 - tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen

Brugpensioen