Voorwaarden voor de toekenning van de aanvullende uitkering
De CAO 17 kent een aanvullende vergoeding brugpensioen toe aan werknemers van 60 jaar en ouder als zij worden ontslagen.
Het gaat om werknemers die tewerkgesteld zijn bij een werkgever die valt onder de wet van 5 december 1968. Het gaat dus om werknemers uit de privé-sector.
Om te kunnen genieten van de aanvullende vergoeding brugpensioen moeten de volgende voorwaarden zijn vervuld :
Ontslagen zijn
Om te kunnen genieten van de aanvullende vergoeding brugpensioen moet de werknemer ontslagen zijn, behalve wegens dringende redenen. Vrijwillig ontslag, de afloop van een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, de verbreking met wederzijdse toestemming, wegens overmacht of wegens zwaarwichtige fout komen dus niet in aanmerking.
Recht hebben op werkloosheidsuitkeringen
Om recht te hebben op de aanvullende vergoeding brugpensioen moet de werknemer toegelaten zijn tot het werkloosheidsstelsel. Hij moet dus een bepaald beroepsverleden kunnen bewijzen. Dat beroepsverleden wordt berekend in aantal gewerkte dagen gedurende een bepaalde referentieperiode die aan de aanvraag voorafgaat.
De bruggepensioneerde moet volgens de werkloosheidsreglementering aantonen dat hij 624 dagen gewerkt heeft gedurende de 36 maanden die aan de aanvraag van brugpensioen voorafgaan.
Het bestaan van een Collectieve Overeenkomst brugpensioen
Om van het brugpensioenstelsel te kunnen genieten moet er een collectieve arbeidsovereenkomst bestaan waarin de voorwaarden voor de toegang tot het brugpensioen bepaald zijn. Deze voorwaarden hebben betrekking op de leeftijd waarop men met brugpensioen kan gaan, evenals op de vereiste loopbaanvoorwaarden. Het kan gaan om een collectieve arbeidsovereenkomst van het interprofessionele niveau (in de schoot van de Nationale Arbeidsraad), het niveau van de sector of het niveau van de onderneming.
De vereiste leeftijd bereikt hebben en het vereiste beroepsverleden
Om te kunnen genieten van het stelsel van het brugpensioen moet de ontslagen werknemer voldoen aan de vereiste loopbaanvoorwaarden en de leeftijd bereikt hebben voorzien in de CAO die op hem van toepassing is en dit gedurende de geldigheidsduur van de CAO.
De anciënniteits- en leefijdsvoorwaarden zijn verschillend al naargelang de wijze van verbreking van de arbeidsovereenkomst :
- Opzeg van de arbeidsovereenkomst met een opzeggingstermijn
De werknemer moet aan de anciënniteits- en leeftijdsvoorwaarden voldoen voordat de opzeggingstermijn ten einde loopt. - Opzeg van de arbeidsovereenkomst zonder naleving van de opzeggingstermijn :
De werknemer moet aan de anciënniteits- en leeftijdsvoorwaarden voldoen op het ogenblik dat de overeenkomst werkelijk wordt beëindigd.
Voor de berekening van de anciënniteitsvoorwaarde worden verschillende periodes gelijkgesteld. Algemeen gesproken worden, voor een bepaalde duur, periodes van werkloosheid, loopbaanonderbreking (zoals bv. tijdskrediet), inactiviteit, oproeping onder de wapens, tewerkstelling in kader van het leerlingenwezen,... gelijkgesteld met beroepsverleden. De gelijkstellingen en duur hangen af van de regeling dat van toepassing is op het stelsel waarbinnen het brugpensioen wordt aangegaan.

Brugpensioen