Statuut van de bruggepensioneerde

Het statuut van de bruggepensioneerde wordt gelijkgesteld met dat van werkloze. Dienovereenkomstig zijn bepaalde verplichtingen die eigen zijn aan het statuut van de werkloze ook van toepassing op de bruggepensioneerde. De bruggepensioneerde behoudt dat statuut tot op de pensioenleeftijd (65 jaar).

Als men het statuut van bruggepensioneerde heeft dan dient men de volgende verplichtingen na te komen :

  • als werkzoekende ingeschreven zijn en blijven bij een bevoegde dienst voor arbeidsbemiddeling (ACTIRIS, ADG, le FOREm, VDAB);
  • Beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
  • Elke passende dienstbetrekking of elke beroepsopleiding aanvaarden.

Als de bruggepensioneerde zich in één van de volgende situaties bevindt kan hij de vrijstelling van deze verplichtingen aanvragen:

  • Vanaf de leeftijd van 58 jaar;
  • Na één jaar brugpensioen, indien 38 jaar beroepsverleden kan bewezen worden;

Vallen niet onder deze verplichtingen:

  • Minstens 58 jaar zijn op het ogenblik van de aanvraag van het brugpensioen;
  • Bruggepensioneerd zijn op voorwaarde dat hij 33 jaar beroepsleven kan bewijzen waarvan 20 jaar nachtarbeid of ongeschiktheid in de bouwsector;
  • Bruggepensioneerd zijn op 56 jaar waarbij hij 33 jaar beroepsverleden kan bewijzen alsook het feit dat hij arbeidsongeschikt is (bouwsector) ;
  • Zich in een brugpensioenstelsel bevinden "55, 56, 57 jaar" 38 jaar bewezen beroepsverleden;
  • Bruggepensioneerd zijn op 56 jaar met een beroepsverleden van 40 jaar ;
  • Bruggepensioneerde zijn van een onderneming die erkend is als een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering en een beroepsverleden hebben van 38 jaar.

De bruggepensioneerde moet niet arbeidsgeschikt zijn. In geval van ziekte of hospitalisatie kan hij werkloosheidsuitkeringen blijven ontvangen tenzij hij vergoedingen van zijn ziekenfonds ontvangt.

Om te kunnen genieten van werkloosheidsuitkeringen moet de bruggepensioneerde eveneens de volgende verplichtingen nakomen :

  • Zijn hoofdverblijfplaats in België hebben;
  • Geen werk hebben en dus ook geen vergoeding ontvangen;
  • Iedere beroepsactiviteit bekend maken;
  • Iedere wijziging in de gezins- en persoonlijk situatie meedelen aan de uitbetalingsinstelling.